Johannes de Doperkerk

  • Romaans
  • Eerste helft 13de eeuw, geveltoren 1836
  • Protestants
  • Muurschilderingen, orgel

De gele en rode kloostermoppen geven deze kerk een ronduit fleurig aanzicht. In de gevels zijn sporen van verandering te zien: verhoging, verlenging en restauratie. Bij restauratie in de twintigste eeuw zijn drie romaanse vensters aan de noordkant hersteld naar gevonden sporen. Daaraan kan goed het Romaanse karakter afgelezen worden.

De kerk had tot 1836 een zadeldaktoren, maar die werd door een windhoos verwoest. Op de herstelde onderbouw is een houten torenbekroning met geprofileerde daklijst en ingesnoerde spits geplaatst.

Binnen, onder het zeventiende-eeuwse tongewelf, vallen de warmrode banken op. In het westelijke gedeelte van het schip zijn in ondiepe nissen laatgotische, levendige muurschilderingen aangebracht die de Geseling en Doornenkroning uitbeelden.

+ Meer informatie

Extra informatie:

De Johannes de Doperkerk staat op het restant van de grotendeels afgegraven dorpsterp. Zij is in de 13de eeuw gebouwd van gele en rode kloostermoppen als een zaalkerk met een rondgesloten koor. Dit koor is omstreeks 1300 verhoogd en toen is het schip aan de westzijde verlengd. Daar kwam ook een toren te staan. Het oudste, oostelijke gedeelte van het schip wordt door lisenen en een uitgemetselde daklijst geaccentueerd; het iets jongere westelijke gedeelte bezit kwartronde lijsten onder de dakvoet. Het romaanse karakter van de kerk is het beste aan de noordzijde te herkennen. Daar zijn bij de restauratie van 1963-’66 in het oudste, ingedeukte en van sierranden voorziene muurgedeelte drie romaanse vensters hersteld naar gevonden sporen. Er is een dichtgezette, romano-gotische ingang met een rondstaafprofiel tussen een dubbele rondboog. In de zuidelijke muur staat een poortje (met een asymmetrisch geplaatste deur) van iets ander model: door rondboog- en segmentvormen lijkt deze sikkelvormig gesloten. In deze muur zijn in later tijd drie flinke rondboogvensters geplaatst. Tussen die in het oudste gedeelte is een dichtgemetseld klein spitsboogvenster als spoor bewaard gebleven. In de ronde koorsluiting staan kleine spitsboogvensters.

Door een windhoos is de toren in 1836 ingestort. De in de kerk ingebouwde onderbouw is gehandhaafd en hersteld, maar het gedeelte dat boven het dak uitstak is niet opnieuw opgetrokken. Er kwam een houten torenbekroning met een flink geprofileerde daklijst en een ingesnoerde spits voor in de plaats.

Het interieur wordt gedekt door een 17deeeuws tongewelf met trekbalken, korbelen en muurstijlen. In het koor laat het muurwerk duidelijk het verschil in dikte van het oorspronkelijke werk en de verhoging zien. Daarin zit een aantal nissen, waarvan één de piscina is geweest. In het westelijke gedeelte van het schip zit aan elke zijde een ondiepe spitsboognis in de wanden. Ze bevatten laatgotische muurschilderingen met levendige voorstellingen van de Geseling en de Doornenkroning. Het orgel is in 1895 gebouwd door L. van Dam & Zn.

- Minder informatie
Informatie
Openingstijden
Faciliteiten