Kerk van Brantgum

  • Romaans en Gotisch
  • 12de eeuw, koor midden 16de eeuw, toren 1877
  • Protestants
  • Preekstoel met dooptuin, orgel, tufstenen gevel

Pas in 1972 is de ware aard van dit kerkje aan het licht gekomen. Letterlijk. Want toen tijdens een restauratie een pleisterlaag werd verwijderd, kwamen aan de westzijde tufstenen muren tevoorschijn. Een bewijs dat de kerk niet, zoals gedacht, uit de vijftiende eeuw, maar de twaalfde eeuw stamt!

De muren vormen een opmerkelijk contrast. De westelijke helft van de kerk is grijs van het tufsteen, terwijl het oostelijke deel levendig rood is door door baksteen. De kerk is in 1543 in baksteen verlengd en kreeg toen ook haar driezijdige koorsluiting. De fikse geveltoren met ingesnoerde spits kwam pas in 1877 en is een ontwerp van P. Helder.

De inrichting is mooi in haar eenvoud. Groen en wit dicteren, van banken tot dooptuin. Zelfs het fraaie Hardorff-orgel uit 1877 is uitgevoerd in deze kleuren.

+ Meer informatie

Extra informatie:

De kerk staat midden in het vrij gave terpdorp waarvan de radiale structuur doorkliefd wordt door de doorgaande weg. Tot in 1972 leek de kerk met grote spitsboogvensters een laatgotisch bouwwerk uit de 15de eeuw. In dit jaar kwam onder de in 1858 aangebrachte pleisterlaag een in de tijd genuanceerder verhaal tevoorschijn. De westelijke traveeën van het schip bleken uit tufsteen te bestaan. De meest westelijke travee schijnt pas in de 15de eeuw in tufsteen te zijn toegevoegd, maar de andere twee tufstenen traveeën zijn 12de-eeuws. De westelijke helft van de kerk is grijs van het tufsteen, het oostelijke gedeelte levendig rood van de gemêleerde baksteen. Het westelijke gedeelte wordt aan beide zijden geschraagd door eenmaal versneden steunberen die van tufsteen zijn, maar stellig ver na de 12de eeuw zijn toegevoegd. Vooral in de noordmuur zijn in het tufgedeelte flinke fragmenten van een rondboogfries bewaard gebleven, maar ook aan de zuidzijde zien we wat kleine sporen van deze romaanse muurversieringen. Vlakbij de bouwnaad naar de bakstenen uitbreiding zijn de randen van de spaarvelden te zien. In de noordmuur zit een spoor van een rondboogvenster en in de benedenzone een dichtgezette kleine opening. Hier zitten twee ingangen. In de westelijke travee van de zuidmuur staat een dichtgemetselde gotische ingang met een spitse boogtrommel waarin een beeldnis heeft gezeten. Kort voor 1543 is de kerk in baksteen naar het oosten verlengd en van een driezijdige koorsluiting voorzien. De koorsluiting heeft tweemaal versneden steunberen en drie grote vensters, waarvan die in de sluiting is dichtgemetseld. De westelijke gevel en forse geveltoren met ingesnoerde spits kwamen in 1877 naar ontwerp van P. Helder tot stand.

De kerkruimte heeft onder een houten tongewelf en tussen gepleisterde en van pilasters voorziene wanden (1858) een eenvoudige inrichting met een wit geschilderd liturgisch centrum: binnen een doophek met balusters en een gietijzeren doopboog staat de preekstoel uit omstreeks 1660 die voorzien is van een klankbord. Het orgel is in 1877 gebouwd door Willem Hardorff.

- Minder informatie
Informatie
Openingstijden
Faciliteiten