Kerk Ouwsterhaule

  • Midden 17de eeuw, geveltoren 1802
  • Protestants
  • Hek, preekstoel, orgelgalerij, orgel

Al bij het betreden van het verhoogde kerkhof tref je een rijksmonument: het neoclassicistische toegangshek anno 1857. Van achter een grote treurbeuk komt het andere monument tevoorschijn: de kerk van middeleeuwse kloostermoppen. Een van de weinige in de omgeving met deze baksteen. Dit is trouwens pas (weer) sinds 2002 zichtbaar, toen een beklamping van kleine stenen is weggehaald. Het westelijke front is van een kleinere steensoort en de geveltoren (1802) is met hout bekleed.

Bij de restauratie is inwendig het houten tongewelf weer tevoorschijn gekomen. Binnen het doophek met balusters en gedraaide knoppen staat een preekstoel uit 1802 met oudere elementen. Bekijk ook de bijzonder fraaie orgelgalerij met het Van Dam-orgel uit 1880.

+ Meer informatie

Extra informatie:

In dit streekdorp staat de kerk op een verhoogd, niet al te ruim kerkhof, alsof het een terp is. Aan de straatzijde staat half verstopt onder een grote treurbeuk een fraai en in verhouding groot hek in neoclassicistische stijl dat in de bovenregel van het dubbele zwaaihek is gedateerd: Anno 1857. Het heeft penanten van gebundelde fasces met vierzijdige hellebaarden in top. Het front, de westelijke gevel van de kerk met de forse geveltoren, kwam in 1802 tot stand, maar het kerkschip met driezijdige koorsluiting is veel ouder. Het is een van de weinige kerken uit de wijde omgeving die gebouwd is van middeleeuwse moppen. Bij de restauratie in 2002 bleek dat de in 1877 aangebrachte beklamping met kleine steen los ging laten en dat zich hierachter zorgvuldig gemetseld ouder muurwerk bevond. Dit in het midden van de 17de eeuw geheel vlak – zonder steunberen of penanten – verwerkte muurwerk is weer in het zicht gebracht. Het vrij korte schip is regelmatig gemetseld van gemêleerd rode kloostermoppen en is aan de zuidzijde geopend met twee rondboogvensters. In de zuid- en noordoostelijke sluitmuur staan vensters van een kleiner formaat en in de noordelijke muur staan opnieuw twee rondboogvensters. Het front van de kerk is van een klein formaat steen opgetrokken. Het midden met een diep geplaatste ingang en daarboven een cirkelvormig venster springt even voor de boven het dak uitrijzende houten en met lood beklede toren uit. Deze bevat galmgaten en wordt door een ingesnoerde spits bekroond.

Inwendig is bij de restauratie het houten tongewelf dat boven een schrootjesplafond zat weer tevoorschijn gehaald. Binnen het doophek met balusters en gedraaide knoppen staat tegen de oostelijke wand de preekstoel met klankbord, die uit 1802 dateert maar oudere onderdelen heeft. Er zitten gesneden festoenen op de kuippanelen. Op de westelijke galerij op gietijzeren zuilen en met een elegant gebogen balustrade staat het in 1880 door L. van Dam & Zn. gebouwde orgel. Hierachter zit een curieuze zon in reliëf met een wijzerplaat die geen wijzers heeft.

- Minder informatie
Informatie
Openingstijden
Faciliteiten