Mariakerk

  • Laatgotisch
  • Eind 15de eeuw, toren ca. 1200
  • Protestants
  • Doopvont, grafstenen, preekstoel, herenbanken, rouwborden en -kassen, orgel

Deze kerk heeft in haar lange bestaan veel te verduren gehad, maar is nog altijd zeer de moeite waard. Toen de kerk goed honderd jaar oud was, is ze getroffen door brand. In 1956 gebeurde hetzelfde na blikseminslag.

Na de laatste brand kreeg de toren zijn huidige tentdak. Eerder werd de toren al eens verhoogd en deels ommetseld, maar van origine stamt het bakstenen exemplaar uit de twaalfde eeuw. Daarmee is hij een stuk ouder dan het kerkgebouw.

Het interieur heeft een opvallend groen gekleurd balkenplafond. In het koor staat de laatgotische doopvont die opmerkelijke verbeeldingen in reliëf bevat: Petrus en Paulus, het Lam Gods met kruisvaan en een pelikaan (symbool voor Christus). Op de voet zie je personificaties van de levensfasen.

De inventaris is ook bijzonder rijk, zoals het het meubilair van de preekstoel met doophek, de vijf herenbanken, de vele gebeeldhouwde zerken, en verder het Van Dam-orgel en vooral de ruitvormige rouwborden en grote rouwkassen aan de wanden. Stuk voor stuk sporen van adellijke families uit de omgeving.

+ Meer informatie

Extra informatie:

De kerktoren is aanzienlijk ouder dan het kerkgebouw. De bakstenen toren van twee geledingen is omstreeks 1200 verrezen. Hij is in de 16de eeuw verhoogd. Na een eerste herstel in 1790 is hij in 1886 deels ommetseld. Aan de oostzijde zitten de sporen van de rondgesloten dubbele galmgaten van voor de verhoging. Na een brand in 1956 kreeg de toren het huidige tentdak. De laatgotische grote zaalkerk met vijfzijdig gesloten koor kwam aan het einde van de 15de eeuw tot stand. De votiefsteen ten westen van de huidige ingang geeft bij de naam Maria het jaartal 1491 te lezen; misschien de bouwdatum. De kerk is in 1594 door brand getroffen en in 1611-’13 hersteld. Zij heeft vooral aan de zuidzijde en bij het koor de kenmerken van de late gotiek. De muren vertonen een metrum van steunberen en hoge, brede spitsboogvensters. Aan de westzijde staat een geprofileerde, segmentvormig gesloten toegang. In de noordmuur zijn de vensters op één na dichtgemetseld; boven de huidige ingang staat een ingekort venster. Bij herstelwerkzaamheden in het midden van de 19de eeuw is het schip bepleisterd, wat bij de restauratie van 1949-’50 weer ongedaan is gemaakt.

Het interieur wordt gedekt door een vlak balkenplafond. De kerk bezit een laatgotische doopvont met opmerkelijke verbeeldingen in reliëf: de apostelen Petrus en Paulus, het Lam Gods met kruisvaan en een pelikaan (symbool voor Christus). Op de voet zien we personificaties van de levensfasen. De kerk bezit bijzonder rijk meubilair. De preekstoel met doophek is in 1769 door Egbert Hoef vervaardigd in ingetogen rococostijl. De vijf tegen de noordwand geplaatste herenbanken, waarvan twee overhuifd, stammen merendeels uit de 17de eeuw. In de kerkvloer ligt een keur aan gebeeldhouwde zerken en aan de wanden hangen ruitvormige rouwborden en grote rouwkassen, allemaal sporen van adellijke en patricische families die in Buitenpost hun domicilie hadden. Ze geven het kerkinterieur een deftig karakter. Het orgel met een klein rugpositief is in 1877 door L. van Dam & Zn. vervaardigd.

- Minder informatie
Informatie
Openingstijden
Faciliteiten