Mariakerk

  • Laatromaans
  • Begin 13de eeuw, toren 14de eeuw
  • Protestants
  • Grafzerken, preekstoel, herenbank, epitaaf, orgel

Deze oude kerk is van rode kloostermoppen gebouwd. Interessant zijn de sporen in het metselwerk. Zo is er zowel aan de noord- als zuidkant een grote rondboog te zien; sporen van aangebouwde laatmiddeleeuwse kapellen die in de zeventiende eeuw zijn gesloopt. Het koor is in de negentiende eeuw vernieuwd en kreeg toen een bronzen herinneringsplaquette voor filantroop Theo van Welderen baron Rengers (1867-1945). De toren kwam er in de veertiende eeuw en is drie eeuwen later deels beklampt.

Onder het segmentvormige gewelf heeft de kerk een fraai interieur, met onder meer een preekstoel uit 1632 waarvan het paneelwerk tot de vloer doorloopt. Daar tegenover staat de herenbank met dubbele voorbank uit dezelfde tijd. De huif is bekroond met obelisken en een opzetstuk met wapens. Niet te missen zijn ook de rouwkassen en -borden. Vooral die van Feijo van Heemstra valt op door de vaandelstokken die de kerk in steken. In de sluitmuur is een mooi zandstenen epitaaf geplaatst. Het orgel is in 1871 gebouwd door P. van Oeckelen uit Groningen.

+ Meer informatie

Extra informatie:

De kerk is omstreeks 1230 van rode kloostermoppen gebouwd. De laat-romaanse karakteristiek kan aan de noordzijde worden afgelezen. Daar zitten sporen van dichtgemetselde middelgrote rondboogvensters en, heel onduidelijk, ook herinneringen aan de rondbogige ingang. De aan de westzijde vreemde inbreuk van een rechthoekig venstertje en het hoog zittende radvenster zijn van jongere datum. Bovendien is aan de oostzijde een grote rondboog te zien die wijst op een vroegere aanbouw. De profielen van deze aanbouw zijn binnen duidelijk zichtbaar. Ook in de zuidelijke muur zit op dezelfde plaats zo’n rondboog in het metselwerk. Het zijn aanbouwen van laatmiddeleeuwse kapellen die in de 17de eeuw zijn gesloopt. De zuidelijke muur bezit drie grote rondboogvensters en aan de westzijde een brede ingang onder een korfboog. De hoek van het schip wordt sinds de 19de eeuw gestut door een wigvormige beer. Het vijfzijdig gesloten koor is in de 19de eeuw vernieuwd. Daarin is een bronzen, door Hildo Krop vervaardigde herinneringsplaquette geplaatst voor de filantroop Theo van Welderen baron Rengers (1867-1945). Tegen het koor ligt de grafkelder van de familie van Heemstra. De 14de-eeuwse toren, voorzien van enkele kleine rondboogvensters, is in het midden van de 17de eeuw deels beklampt. Toen heeft hij waarschijnlijk ook de huidige zadeldakbekroning gekregen.

Binnen is de kerkruimte met een segmentvormig gebogen houten gewelf gedekt. De preekstoel met klankbord is in 1632 door Dirck Claesz. vervaardigd. De donker geschilderde kuip is tot de vloer doorgetrokken en versierd met gouden biezen en zilveren hoekzuilen. Hiertegenover staat een herenbank uit 1641 met dubbele voorbank met balusters. De huif wordt gedragen door
gecanneleerde zuilen en bekroond door obelisken en een opzetstuk met wapens. Aan de wanden hangt een aantal rouwkassen en –borden, waarvan vooral de van krijgstrofeeën voorziene kas van Feijo van Heemstra opvalt. De stokken van de vanen steken als lansen de kerk in. In de sluitmuur zit een zandstenen, fraai gepolychromeerde epitaaf in renaissancevormen voor Jelle van Eysinga. Het orgel op de westgalerij is in 1871 gebouwd door P. van Oeckelen.

- Minder informatie
Informatie
Openingstijden
Faciliteiten