Sint-Antoniuskerk

  • Toren ca. 1300, kerk 1614
  • Protestants
  • Preekstoel, gebrandschilderde ramen

Een kerk met fascinerende toren. Deze is met geen andere in het noorden te vergelijken. De hoge toren dankt zijn bijzondere vorm vooral aan de steunberen aan elke kant. Ze lopen helemaal door tot aan de galmgaten en zijn maar liefst zeven of acht keer versneden. Ook zo’n achtzijdige bakstenen spits zie je niet veel. De toren dateert uit ca. 1300 en is daarmee een stuk ouder dan het kerkgebouw.

De kooringang bezit een kroonlijst met de mededeling over de eerste steenlegging en het timpaan daarboven bevat het Haersma-familiewapen. Ook binnen op de achttiende-eeuwse preekstoel komt hun wapen terug. Opvallend zijn verder de gebrandschilderde ramen in het koor. Ze zijn in 1734 door Ype Staak gemaakt als herinnering aan de vernieuwing van de kerk.

+ Meer informatie

Extra informatie:

De op een verhoogd kerkhof staande kerk is in 1614 opgetrokken van bouwmateriaal van de voorgaande kerk. Het helderrode bakstenen muurwerk dateert nog uit deze tijd maar door wijzigingen in 1734 heeft het bouwwerk een 18de-eeuws karakter gekregen. Toen kwamen in de muren grote rondboogvensters met dagkanten van bruine baksteen. De driezijdige koorsluiting met slanke lisenen op de hoeken is eveneens in 1734 vernieuwd. Aan elke zijde kwam een rondboogvenster met een bakstenen vorktracering. De representatieve kooringang, gericht naar de hoofdweg van het dorp, is rondbogig en wordt geflankeerd door bakstenen pilasters met zandstenen bases en lijstkapitelen en een kroonlijst met opschrift over de eerste steenlegging door Eelko van Haersma, de zoon van de grietman. Daarboven vertoont het segmentvormige timpaan het Haersma-familiewapen tussen acanthusloof.

De toren heeft een fascinerend silhouet en is met geen andere kerktoren in het noorden te vergelijken. De hoge, ongelede torenromp kreeg aan elke zijde op de hoeken grote, zeven of acht keer versneden steunberen. Ze zijn zo fors en reiken zo hoog, dat zij geen toegevoegde elementen meer zijn maar de hoofdvorm bepalen. Bovenin zitten gepaarde rondbogige galmgaten in korfbogige nissen en dan volgen aan vier zijden wimbergen met klimmende friezen en de achtzijdige, van baksteen gemetselde spits. De toren is via een overkapte luchtbrug met de kerk verbonden.

De kerk is binnen gedekt door een houten tongewelf met trekbalken. De koorsluiting bezit drie gebrandschilderde ramen, in 1734 vervaardigd door de Sneker kunstenaar Ype Staak. De opdrachtgevers, Gedeputeerde Staten, het college van Rekenmeesters en grietman Arent van Haersma en diens vrouw, lieten als schenkers bij de vernieuwingen er hun wapens op achter. Het meubilair is eenvoudig. Binnen het doophek met balusters staat de preekstoel met klankbord die dateert uit het derde kwart van de 18de eeuw. Hij heeft getorste, omrankte zuilen aan de kuip en draagt de wapens van het echtpaar Haersma. Het eenvoudige orgel is omstreeks 1919 gebouwd door P. van Dam.

- Minder informatie
Informatie
Openingstijden
Faciliteiten