Sint-Augustinuskerk

  • Gotisch
  • Midden 15de eeuw, toren 13de eeuw
  • Protestants
  • Gewelfschilderingen, preekstoel, doopbekken, grafzerken, orgel

Eerst was er de toren, ruim een eeuw later volgde de bouw van de mooie bakstenen zaalkerk. Die volgorde is goed te zien aan een van de vier rondbogige galmgaten in de toren: het gat aan de oostkant is in de verdrukking gekomen door het dak. De toren heeft in 1895 zijn zadeldak overigens moeten inleveren voor een ingesnoerde spits.

Tijdens restauratie omstreeks 1950 zijn restanten van muur- en gewelfschilderingen gevonden:

  • Twee engelenkopjes, één met vleugel
  • Een heilige met wandelstaf, mogelijk Sint-Christoffel

 

Zeker ook de moeite van het bekijken waard zijn de preekstoel met fraaie hoekzuilen en wapens op het voorpaneel, de herenbank met wapenpanelen, het orgel uit 1883 en de grafzerken van voorname families.

+ Meer informatie

Extra Informatie:

De rechtgesloten bakstenen zaalkerk is in het midden van de 15de eeuw achter een oudere toren gebouwd op een verhoogd kerkhof. De toren uit de 13de eeuw heeft op een plint twee geledingen, waarvan de eerste hoog is. Bovenin staat aan elke zijde een rondbogig galmgat. Het gat aan de oostzijde is in de verdrukking gekomen door het later aangebrachte kerkdak. En aan drie zijden zitten uurwerkplaten. In de westelijke gevel staan bovendien midden in de eerste geleding een drievoudig geprofileerd romano-gotisch radvenster en in de tweede geleding een klein spitsboogvenster. De toren heeft in 1895 zijn zadeldak in moeten leveren voor een vrij gedrukte, ingesnoerde achtzijdige spits. Het schip is in zijn geleding en detaillering kenmerkend laatgotisch. De gevels zijn geleed door (vernieuwde) steunberen waartussen de grote spitsboogvensters met stenen traceringen in gaffelvorm staan. In de noordmuur staat in de tweede travee een (nu dichtgemetselde) ingangspartij van een gedrukt korfbogige poort in een hoge, spitsbogige nis. In de zuidmuur is vrij zeker de in gebruik zijnde ingang verplaatst  van de tweede naar de eerste travee. Het is een korfbogige poort waarboven het venster is ingekort. De oostelijke sluitmuur bezit ook een spitsboogvenster dat geflankeerd wordt door twee tot diepe nissen dichtgemetselde lagere rondboogvensters. De geveltop is versierd met klimmende blindnissen.

Het schip is in vijf traveeën gedekt met kruisribgewelven die op T-vormige muurconsoles rusten. Tijdens de restauratie in de jaren 1950 zijn restanten van muur- en gewelfschilderingen gevonden. In het tweede gewelfvak twee engelenkopjes – één met een vleugel – en in dezelfde travee zit tegen de noordmuur een voorstelling van een heilige met wandelstaf, mogelijk Sint Christoffel. De preekstoel van omstreeks 1650, zonder klankbord, heeft een kuip met getordeerde en omrankte hoekzuilen en wapens op het voorpaneel. De herenbank uit dezelfde tijd met balusterhekjes en knoppen heeft op het achterschot wapenpanelen tussen rolwerk. In de vloer liggen verschillende zerken van de families Harckema, Burmania, Hania en Haersma. Het orgel is in 1883 door E. Leichel vervaardigd.

- Minder informatie
Informatie
Openingstijden
Faciliteiten