Sint-Gertrudiskerk

  • Laatgotisch
  • 1557, toren 15de eeuw
  • Protestants
  • Preekstoel, herenbanken, gewelfschilderingen, orgel

In het midden van het schilderachtige Lytsewierrum staat sinds 1557 deze kerk. Op 31 maart om precies te zijn, zo valt te lezen op een steen in een mooie ojiefvormige maar dichtgemetselde zuidelijke ingang. Ruim veertig jaar daarvoor was haar voorgangster in vlammen opgegaan, alleen de vijftiende-eeuwse toren overleefde de brand. De kerk is aan de onderkant van moppen en daarboven van kleine bakstenen opgetrokken.

Binnen valt het tongewelf met art déco schilderwerk uit 1928 op. De sier vertoont prachtige visblaasachtige ornamenten met christelijke symbolen golfrandjes langs de ribben. Voor het koorhek staan twee overhuifde herenbanken die samen met de preekstoel een ingetogen achttiende-eeuws geheel zijn. Mooi zijn ook de collectie petroleumlampen en het Van Dam-orgel uit 1870.

+ Meer informatie

Extra informatie:

De Gertrudiskerk staat sinds 1557 als hoogtepunt in het midden van het schilderachtige terpdorp Lytsewierrum. In 1514 was door brand de van tufsteen gebouwde voorgangster verwoest. In de zuidelijke muur geeft de stichtingssteen te lezen dat de kerk op 31 maart 1557 is gebouwd, toen het brood twaalf stuivers kostte (vergelijk Visvliet in Groningen). Het extreem dure brood moet het gevolg van een epidemie of een andere crisis zijn geweest. De onderbouw van de kerk is van gele moppen. Dan volgt een rondgaande cordonlijst waarboven het muurwerk van kleine steen is. De kerk is aan de zuidzijde geleed geweest door grote spitsboogvensters met neggen in de dagkanten. Enkele vensters zijn later dichtgemetseld. De middelste nis met een vorktracering is waarschijnlijk oorspronkelijk. Even westelijker is in zo’n nis een fraaie ojiefvormige maar wel dichtgemetselde ingang te zien waarin de stichtingssteen is geplaatst. Aan de westelijke zijde van de noordmuur staat een vrij jonge ingang onder een segmentboog. Even oostelijker zit tussen de twee vensters een hoge, tot de grond toe doorlopende nis die waarschijnlijk een ingang heeft bevat en veel oostelijker is een rondboogspoor te zien dat ook wijst op een voormalige ingang. In de vijfzijdige koorsluiting staan twee vensters. De ongelede zadeldaktoren dateert waarschijnlijk uit de 15de eeuw en is in 1722 gedeeltelijk beklampt met kleine steen. Hij heeft rondbogige galmgaten en in de geveltoppen zitten spitsbogige, klimmende nissen. De windvaan heeft de vorm van een ruiter.

De kerkruimte wordt gedekt door een houten tongewelf dat in 1928 een beschildering ontving in art déco-vormen. Op het warmrode fond zijn golfrandjes langs de ribben en een brede band langs de voet geschilderd. Tussen visblaas-achtige ornamenten staan christelijke symbolen op helderblauwe medaillons. Binnen het doophek met balusters staat de preekstoel met klankbord tegen de oostelijke sluitmuur. Voor het koorhek staan twee overhuifde herenbanken tegenover elkaar. Het vormt een ingetogen 18de-eeuws geheel. L. van Dam & Zn. bouwden in 1870 het orgel. De kerk bezit nog haar mooie collectie petroleumlampen.

- Minder informatie
Informatie
Openingstijden
Faciliteiten