Sint-Gertrudiskerk

  • Ongeveer 1100, toren eind 15de eeuw en torenopbouw 1790
  • Protestants
  • Van Dam-orgel, meubilair, doopbekkenhouder

Deze tufstenen kerk staat op een terp van vijf meter hoog. Hoewel de kerk stamt uit omstreeks 1100 heeft deze duidelijke sporen van aanbouw. Vooral in de 15de eeuw is er veel veranderd. Er is toen onder meer een nieuwe kap, een driezijdig gesloten gotisch koor en een toren gekomen. Het zadeldak van die toren werd in 1790 alweer vervangen door de huidige houten opbouw met ingesnoerde spits.

Lopend onder het houten tongewelf valt je oog direct op het meubilair, dat stamt uit de 17de eeuw. De houten ‘tribune’ (mannenbanken) langs de noordwand en de vrouwenbanken dwars op de zuidwand vormen een bijzonder geheel. Het bekijken waard zijn ook zeker de koperen doopbekkenhouder en het orgel: een echt ‘Van Dam-orgel’ uit 1854.

Opmerkelijk:

  • Op 4 juli 1911 kwam in de zuidgevel een gedenksteen ter ere van Ulbe Piers Draisma (1785-1830), de oprichter van de Assurantie Maatschappij Achlum, beter bekend als Achmea. Naar Draisma is ook een straat in het dorp vernoemd.

 

+ Meer informatie

Extra informatie:

De tufstenen kerk is omstreeks 1100 op de vijf meter hoge terp gebouwd. De geleding van deze romaanse kerk kan het best van de noordelijke muur worden afgelezen. Deze muur toont een fragment van een rondboogfries en duidelijke sporen van drie dichtgemetselde rondboogvensters. Er is bovendien een grote dichtgemetselde rondboog te zien, ongetwijfeld het spoor van een aanbouw. Daar is een 14de-eeuws reliëf van roze Bremer zandsteen ingemetseld: een onthoofde heilige. Naast de huidige ingang zien we een dichtgezette gotische ingang met een verdiepte spitsboognis. Boven het tufsteen zit een verhoging van gele baksteen uit de 15de eeuw, toen ook de kap werd vernieuwd, een driezijdig gesloten koor toegevoegd en grote spitsboogvensters werden ingebroken. De zuidelijke muur is gotisch van karakter, maar draagt wel romaanse sporen: in tufsteendammen zitten rondbogen en een kepervormig fries. In de westelijke partij zit een herinneringssteen voor Ulbe Piers Draisma, een van de helden uit de geschiedenis van Achlum. De 15de-eeuwse koorsluiting wordt geschoord door tweemaal versneden steunberen. Het zadeldak van de 15de-eeuwse toren is in 1790 vervangen door de huidige houten opbouw met ingesnoerde spits met leien. Het kerkdak is gedekt met gesmoorde gegolfde Friese pannen die mogelijk in het eigen panwerk bij Achlum zijn vervaardigd.

De kerkruimte heeft een houten tongewelf met trekbalken, korbelen en muurstijlen uit de 15de eeuw. Twee van die stijlen hebben consoles met kopjes. Het meubilair vormt een opmerkelijke eenheid uit het midden van de 17de eeuw. De mannenbanken tegen de noordwand zijn gesloten; de vrouwenbanken dwars op de zuidelijke wand zijn open en hebben gesneden wangen met bloemen uit 1653. Eenvoudige, overhuifde herenbanken plooien zich tegen de drie koorwanden. De preekstoel met schroefvormige trappaal, hoekzuilen en klankbord en het doophek met balusters zijn uit dezelfde tijd. De aan de kanselkuip verbonden spil met een tulpvormig ornament van de koperen doopbekkenhouder rust op de vloer en de consolevormige en met lovertjes versierde houder kan hieraan draaien. Op de orgelgalerij staat een in 1854 door L. van Dam & Zn. gebouwd orgel.

- Minder informatie
Informatie
Openingstijden
Faciliteiten