Sint-Godeharduskerk

  • Romanogotisch
  • Eerste helft 13de eeuw, westgevel en toren 1858
  • Protestants
  • Preekstoel, herenbank, orgel

Middenin het terpdorp staat deze aan de heilige Duitse bisschop Godehardus gewijde kerk. De gevels hebben veel interessants te vertellen. Het jongst is de mooie westgevel met toren uit 1858. Onder de ingesnoerde spits zie je rondbooglijsten en dubbele galmgaten. De kerk is middeleeuws, maar vertoont veel sporen van aanpassingen. Er is goed te  zien dat er tufsteen is gebruikt van de vorige kerk uit de elfde eeuw. En dat er aan de noord- en zuidkant ooit aanbouwen hebben gezeten.

Binnen staat onder het blauwe tongewelf een preekstoel uit 1658 en daar tegenover een sierlijke overhuifde herenbank met kuif uit 1723. Het orgelkas dateert uit 1831.

+ Meer informatie

Extra informatie:

De midden in het terpdorp gelegen kerk, gewijd aan Godehardus, heeft geen aantrekkelijk westelijk front. De muren van schip en koor hebben evenwel veel interessants te vertellen. De kerk is goeddeels in de eerste helft van de 13de eeuw gebouwd, zij kan als romano-gotisch bouwwerk worden gekarakteriseerd. Dat beeld wordt door veel sporen van eerder en later verstoord en verrijkt. Zo is in beide muren tufsteen verwerkt van de vorige kerk uit de 11de eeuw. In de noordmuur zit vrij veel grijze tufsteen tussen de rode baksteen verwerkt. Laag staat een rondboogvenster van de voorkerk. Dan volgt een dichtgemetselde, rondbogige ingang met een ovaal venstertje. Verder oostwaarts staan drie flinke rondboogvensters uit 1802, soms met sporen van gotische vensters erbij. Rond het middelste zijn bovendien sporen van een verdwenen aanbouw te vinden. Het vijfzijdig gesloten koor heeft op de hoeken vrij complete, van baksteen gemetselde rondstaven. De koormuren laten sporen van middelgrote rondboogvensters zien, alleen aan de zuidzijde zit een grote spitsbogige nis van een voormalig gotisch venster. Ook de zuidelijke muur heeft drie rondboogvensters uit 1802 en sporen van gotische vensters, tufsteenvelden, sporen van een verdwenen aanbouw en aan de westzijde een dichtgemetselde rondbogige ingang met ovaal venstertje. De westelijke gevel heeft met lisenen een driedeling. In het torenelement staat de omlijste ingang met halfrond bovenlicht, een gedenksteen en hoog een roosvenster. In de vleugelmuren staan grote rondboognissen. In de toren met ingesnoerde spits zitten gemetselde rondbooglijsten en dubbele galmgaten.

De kerkruimte wordt gedekt door een tongewelf met trekbalken. De in 1658 door Dirk Sydtses vervaardigde preekstoel met klankbord heeft een kuip die versierd is met gegroefde hoekzuilen en gecorniste panelen. De ertegenover staande overhuifde herenbank is in 1723 gesneden door Jacob Sydses Bruinsma voor Dieuke Wielinga-Westerhuis. Hij heeft getordeerde en omrankte zuilen en een opengewerkte kuif met wapens. Het orgel is oorspronkelijk van J.A. Hillebrand (1831); de kas is nog origineel maar het instrument is al in 1833 en daarna ook nog een paar keer verbeterd.

- Minder informatie
Informatie
Openingstijden
Faciliteiten