Sint-Johanneskerk

  • Laatgotisch
  • 15de eeuw
  • Protestants
  • Preekstoel, orgel, predikantswoning

De Sint-Janskerk staat afgelegen in het voormalige dorp Duurswoude. Het gebouw is in de vijftiende eeuw gebouwd van oudere kloostermoppen, dus er moet een voorgangster zijn geweest. De traveeën worden sprekend geaccentueerd door steunberen van kleine gele stenen, die eind achttiende eeuw zijn aangebracht. De westgevel wordt bekroond door een bescheiden houten toren met een ingesnoerde spits en een paard als windwijzer.

Onder het houten tongewelf tref je een preekstoel uit het einde van de achttiende eeuw. De stoel staat in een dooptuin met banken voor de kerkbestuurders en een fraai doophek met lezenaar.

Op het kerkhof staat een zeer zeldzame predikantswoning uit 1759, een eenkamerwoning.

+ Meer informatie

Extra informatie:

Van de Sint-Janskerk werd in de 18de eeuw geschreven dat zij in een zeer grote uitgestrektheid van woeste, venige heidevelden was gelegen. De kerk staat nog steeds afgelegen. Bij de restauratie in 1990 is het gebouw bevrijd van de pleisterlaag die er in 1885 op was aangebracht, waardoor de geschiedenis weer kan worden afgelezen. De kerk is in de 15de eeuw in laatgotische stijl gebouwd van oudere kloostermoppen. Er moet dus al eerder een kerk hebben gestaan. Het schip van rode moppen is aan beide zijden geopend met vier vrij korte vensters die aan de buitenzijde spitsbogig en aan de binnenzijde rondbogig zijn. In de tweede travee aan de zuidzijde staat een door de gemetselde waterlijst rechthoekig omkaderde, met gele steen dichtgemetselde ingang. De traveeën zijn op een sprekende wijze geaccentueerd door de in de late 18de eeuw van kleine gele steen gemetselde steunberen. De noordzijde heeft eenzelfde geleding en daar is een gelijkvormige ingang te zien, maar deze is dichtgemetseld met rode moppen. Aan deze zijden zijn enkele muurvakken in kleine gele steen gerepareerd. De driezijdige koorsluiting heeft een venster aan de zuidzijde en een spoor van een dichtgezet rondboogvenster in de sluitmuur. De toren op de van een rondbogige ingang voorziene westgevel is van hout getimmerd en voorzien van enkele galmgaten en een ingesnoerde spits met een springend paard als windwijzer.

Inwendig wordt de kerkruimte gedekt door een houten tongewelf met trekbalken, korbelen en sleutelstukken. De preekstoel met klankbord dateert uit het eind van de 18de eeuw. Hij is geplaatst in een dooptuin met banken voor de kerkbestuurders en een doophek met platte, decoratieve balusters, waarop een fraai gesneden 18de-eeuwse lezenaar staat. Het orgel is na wijzigingen in 1917 op de westgalerij met balustrade geplaatst. Het instrument is in 1723 door Frans Caspar en Johan Georg Schnitger gebouwd voor de evangelisch-lutherse kerk van Zwolle.

Op het kerkhof staat ten noorden van de kerk een hoogst zeldzame predikantswoning uit 1759, een eenkamerwoning.

- Minder informatie
Informatie
Openingstijden
Faciliteiten