Sint-Laurentiuskerk

  • 11de eeuw, toren 12de eeuw
  • Protestants
  • Grafzerken, preekstoel, meubilair, orgel

Deze tufstenen kerk is heel erg oud: elfde-eeuws. De kern stamt als een van de weinige gebouwen in Friesland uit de terpentijd, de tijd zonder dijken. Die kern kan het beste aan de noordmuur herkend worden, waar grote spaarbogen met dichtgesette kleine rondboogvensters zichtbaar zijn. In een van de bogen is een ingang gemaakt met een timpaan van roze zandsteen. Dit draagt een raadselachtig reliëf met ranken die uit de mond van een masker komen.

De kerk is kort na de bouw verhoogd met geel moppenmateriaal en mogelijk ook verlengd. Jonger is het koor: dertiende-eeuws. In de blinde sluiting hebben ooit openingen gezeten, zo bewijzen sporen aan de binnen- en buitenkant.

Het interieur bevat een van de rijkste protestantse inrichtingen van Friesland, met dank aan Tjaerd van Aylva die de inrichting in 1695 liet vernieuwen. Middelpunt is de preekstoel met bijbelse voorstellingen. Er tegenover staat een hele mooie overhuifde herenbank met de wapens van Tiara en Heemstra. Ook de kerkbanken zijn prachtig versierd, sommige bevatten initialen. In het gangpad en het koor liggen gebeeldhouwde grafzerken. Waaronder een zerk met een unieke afbeelding: een paleistuin met colonnades in perspectief.

+ Meer informatie

Extra informatie:

De Laurentiuskerk is in de 11de eeuw van tufsteen gebouwd, het stollingsgesteente dat voor de herontdekking van het bakken van steen uit klei uit het Eifelgebergte naar stapelmarkten in Deventer en Utrecht werd gebracht en vanuit de kustgebieden daar werd opgehaald. Boven de met kleine gele steen vernieuwde noordelijke ingangspartij is een raadselachtig timpaan opgenomen. Het is vervaardigd van roze Bremer zandsteen en draagt in reliëf de voorstelling van ranken die uit de mond van een masker ontspruiten. Over de betekenis is veel gespeculeerd en ook de ouderdom is niet zeker: 11de tot 13de eeuw. De kern van de kerk dateert als een van de weinige gebouwen in Friesland uit de terpentijd, de tijd dat er nog geen dijken waren aangelegd. Die kern is het beste aan de noordelijke muur af te lezen. Daar zijn grote spaarbogen in het metselwerk aangebracht. Vijf bogen zijn compleet en één is doorbroken door de nieuwe ingang met het oeroude timpaan. In drie bogen zijn kleine rondboogvensters met gele kloostermoppen dichtgemetseld. Ten oosten van deze vakken met spaarnissen is het tufsteen muurwerk vlak verwerkt maar wel afgesloten met een rondboogfries van in reliëf gehakte steen. Mogelijk is dit een 11de-eeuws koorgedeelte, maar het kan ook een verlenging van het schip zijn. De zuidelijke muur, grotendeels vernieuwd en beklampt met kleine gele steen, bevat in de muurdammen tussen de rondboogvensters flinke velden tufsteen. In het tweede veld zit een klein fragment van een grote rondboog; in het derde een compleet, klein, romaans venster dat is dichtgemetseld. De kerk is vrij spoedig na de bouw verhoogd met geel moppenmateriaal en mogelijk ook verlengd. Het huidige koor met een vijfzijdige sluiting met onversneden slanke steunberen met ezelsruggen kwam in de 13de eeuw tot stand. Er zitten sporen van brede, licht spitsbogige vensters, vrij jonge rondboogvensters en in de nu blinde sluiting hebben ook openingen gezeten. Buiten en binnen zijn er bewijzen voor.

De kerkruimte wordt overdekt door een houten tongewelf met trekbalken op muurstijlen en in plaats van korbelen zijn er grote consoles met een versiering van rolwerk. Op de keerzijde van een bord met de twaalf Artikelen des Geloofs staat vermeld dat het interieur en inventaris in 1695 in opdracht van Tjaerd van Aylva zijn vernieuwd. Daarmee is een van de rijkste kerken met een protestantse inrichting van Friesland totstandgekomen. Het middelpunt is de preekstoel met schroefvormige trappaal en klankbord binnen het doophek met getordeerde balusters. De kuip heeft gewrongen en omrankte hoekzuilen en op de panelen fijn gesneden voorstellingen van Adam en Eva verleid door de slang, de offerande van Abraham, de droom van Jacob, de oprichting van de slang door Mozes en de genezing van de kreupelgeborenen door Petrus en Paulus. De herenbank tegenover de preekstoel heeft getordeerde balusters in de voorbank en de overhuiving rust op gewrongen en omrankte zuilen en heeft een bekroning met rolwerk aan weerszijden van de wapens Tiara en Heemstra. De koorafscheiding met balusters kreeg eenzelfde bekroning maar dan met een Tiengebodenbord.

De mannenbanken parallel aan de noordgevel zijn gesloten en hebben gedraaide knoppen. De open vrouwenbanken dwars op de zuidwand hebben ook knoppen en de wangen zijn fraai gesneden in renaissancevormen: boven gegroefde bases zitten toogpanelen met schelpen, waaronder verschillende bloemenvazen zijn verbeeld. Ze zijn ongetwijfeld gesneden door eenzelfde meester als die in het nabijgelegen Achlum die de datering van 1653 dragen. In Kimswerd hebben sommige banken initialen, onder meer F.W., A.E., R.L., V.D.M. en P.W. zijn mogelijk van de eigenaars van de banken en van de opdrachtgever van de vernieuwing: T.V.A, Tjaerd van Aylva. Het orgel is in 1858 gebouwd door Willem Hardorff; de kas heeft twee bazuinstekende engelen en ter bekroning de personificaties van Geloof, Hoop en Liefde. In het koor liggen enkele gebeeldhouwde grafzerken waaronder twee voor de familie van Heemstra door de Harlinger meester Jacob Lous. Van een excellente originaliteit is die met een afbeelding van een door colonnades omvatte paleistuin in perspectief, in de trant van de voorbeeldboeken van Hans Vredeman de Vries.

- Minder informatie
Informatie
Openingstijden
Faciliteiten