Sint-Maartenkerk

  • Gotisch
  • Eind 13de eeuw, noordkapel begin 12de, toren begin 19de eeuw.
  • Protestants
  • Preekstoel in dooptuin, rouwborden, orgel

De kerk staat op een terp en wordt omringd door een verzorgd kerkhof met sfeervolle randbebouwing van eenvoudige woonhuizen.

Het kerkschip kreeg zowel aan de noord- als de zuidzijde haakse uitbouwen van kapellen. De noordelijke is het oudst, van iets na 1100. Na een brand in 1155 moest deze worden hersteld en kreeg bij die gelegenheid een tentdak met een daktuiter en daardoor een torenachtig uiterlijk. De echte kerktoren met zadeldak stortte in 1804 in en is in de volgende jaren herbouwd en voorzien van een spits.

Neem ook vooral binnen een kijkje. In het ruime interieur staat onder het tongewelf een preekstoel in een fraaie dooptuin met balusters in Lodewijk XVI stijl. Er tegenover staan drie overhuifde herenbanken uit de zeventiende eeuw. Opvallend zijn verder de grote, rijk versierde rouwkassen aan de wand en het grote orgel van A. van Gruisen uit 1811 dat later is uitgebreid.

Foto’s door Peter Karstkarel en Adfahner

+ Meer informatie

Extra informatie:

De forse kerk die waarschijnlijk aan Sint- Martinus was gewijd staat aan de noordoostelijke zijde van het grote, door lage dichte bebouwing omzoomde sfeervolle kerkhof. Het kerkschip heeft zowel aan de noord- als zuidzijde haakse aanbouwen van kapellen. De noordelijke is verreweg het oudst, van omstreeks 1100; deze moest in 1155 na brand worden hersteld. Er zijn tufstenen muurgedeelten waarin een klimmend boogfries zit. De oostelijke muur had oorspronkelijk een apsis en is in de 16de eeuw, gelijk met de kap vernieuwd. Er kwam toen ter bekroning een dakruiter op. Het schip is aan het eind van de 13de eeuw gebouwd en laat romano-gotische aspecten zien. De grote spitsboogvensters aan noord- en zuidzijde bezitten geprofileerde dagkanten met kraalprofielen die als nissen tot de grond toe doorlopen. Ook bij het vergrote venster met dagkanten van afwisselend rode en gele baksteen is het nisrestant te zien. De gevels zijn afgesloten met rondboogfriezen. De zuidelijke aanbouw kwam waarschijnlijk in de 13de eeuw tot stand. De steunberen zijn in de late 18de eeuw tegen de gevels geplaatst. Het 14de-eeuwse vijfzijdig gesloten koor is in 1865 grotendeels vernieuwd. Er kwamen vensters in met ijzeren traceringen en maaswerk. De toren aan de westzijde stortte in 1804 in en is in de volgende jaren herbouwd; een forse toren van drie geledingen en een hoge, achtzijdige, ingesnoerde spits.

Inwendig hebben schip en koor een gedrukt houten tongewelf. De preekstoel met klankbord in een dooptuin met Lodewijk XVI balusters is in 1773 vervaardigd door Willem Groeneveld met snijwerk van Dirk Embderveld. Op de hoeken van de kuip staan de gesneden figuren van de evangelisten met hun symbolen en het klankbord wordt bekroond door een engel tussen cherubijnen. Tegenover de preekstoel staan drie overhuifde herenbanken uit het midden van de 17de eeuw. Aan de wanden vragen twee grote, rijk versierde rouwkassen uit de 18de eeuw om aandacht. Het orgel met rugpositief is in 1811 gebouwd door A. van Gruisen en zestig jaar later uitgebreid door Willem Hardorff.

- Minder informatie
Informatie
Openingstijden
Faciliteiten