Sint-Magnuskerk

  • Laatgotisch
  • Ca. 1400, toren eind 15de eeuw
  • Protestants
  • Gevel, preekstoel, gebrandschilderde ramen, doophek, orgel

Toen de kerk bijna twee eeuwen oud was, werd ze in 1580 vooral aan de zuidkant zwaar beschadigd door de Watergeuzen. Pas een eeuw later vond er serieus herstel plaats. De kerk kreeg een laatgotisch karakter en heeft sindsdien gevels met opmerkelijke kleurwisselingen. De forse zadeldaktoren is rood-geel en is mogelijk geïnspireerd op die in Bolsward en Stiens.

Het interieur wordt gedekt door een houten tongewelf uit 1678. In drie koorvensters zijn zeventiende-eeuwse gebrandschilderde wapens te bewonderen. Ook de forse, sierlijke preekstoel is niet te missen.

Op het kerkhof zijn grafmonumenten van schippers te vinden en zerkparen, waarbij de zerk van de man een schip toont en van de vrouw een huis.

+ Meer informatie

Extra informatie: 

De in de middeleeuwen aan Sint-Magnus gewijde forse kerk is omstreeks 1400 gebouwd van hergebruikte, gemêleerd rode kloostermoppen. Tijdens een aanval van Watergeuzen in 1580 is de kerk vooral aan de zuidzijde zwaar beschadigd geraakt. Pas een eeuw later in 1678 is zij ingrijpend hersteld. Daardoor heeft de kerk een laatgotisch karakter en laat zij een opmerkelijke kleurwisseling zien. De noordzijde en de koorsluiting bestaan uit vooral rood baksteenmateriaal en de zuidzijde is geheel opgetrokken van gele baksteen van klein formaat. De muren worden in traveeën verdeeld door tweemaal versneden steunberen en in de muurvakken staan grote spitsboogvensters met rijke traceringen die ze bij de restauratie van 1970-’72 ontvingen. Aan de noordzijde staat een rondbogige geprofileerde ingang van omstreeks 1400, aan de zuidzijde een exemplaar in laatgotische vormen, in een spitsboognis en gepleisterd bij een opknapbeurt in 1879. Deze ingang zit in het muurvak van de voorkerk dat een aantal kleine vensters bevat.

De kloeke toren kwam aan het einde van deze 15de eeuw tot stand waarbij kennelijk de forse zadeldaktorens van Bolsward en Stiens tot voorbeeld hebben gestrekt. Deze toren heeft vier, telkens in hoogte afnemende geledingen. In de onderste staat een korfbogige ingang en daarboven een flink spitsboogvenster. De volgende twee geledingen zijn blind, maar de derde is versierd met aan elke zijde twee spitsboognissen. In de hoogste zitten de galmgaten. De geveltoppen zijn met kleine gele steen vernieuwd.

Het interieur wordt gedekt door een houten tongewelf uit 1678. In het oudste gedeelte van de noordwand zitten spaarnissen onder de vensters. Drie koorvensters bevatten 17de-eeuwse gebrandschilderde wapens. De forse preekstoel met gewrongen hoekzuilen en bloemenguirlandes op de panelen dateert uit de 18de eeuw. Het doophek met getoogde balustrade staat in twee gedeelten achter in de kerk. Het orgel is in 1894 gebouwd door de firma Bakker & Timmenga.

Op het kerkhof staan schipperszerken en opmerkelijke zerkparen waarvan die voor de man een schip en die voor de vrouw een huis vertonen.

- Minder informatie
Informatie
Openingstijden
Faciliteiten