Sint-Martinuskerk

  • Romanogotiek
  • Tweede helft 12de eeuw, toren eind 13de eeuw
  • Protestants
  • Gewelfschildering, preekstoel, grafzerken, orgel

Een bijzondere kerk in meerdere opzichten. Dat begint al buiten, bij waarschijnlijk het oudste deel van de kerk: het koor met de halfronde apsis en hagioscopen (lage licht- of kijkvensters). Aan de kleur van de stenen zie je duidelijk dat deze verhoogd moet zijn. Mogelijk is dat tegelijk gebeurd met de bouw van het schip.

Ook de toren is merkwaardig. Deze is later gebouwd, maar niet in één keer. Dat kun je zien aan de twee lagen met galmgaten. Deze wijzen erop dat de toren ooit verhoogd is. De gevels laten een mengeling van baksteen en tufsteen zien. De barokke poort stamt uit 1700.

Binnen trekt direct het gewelf van de apsis de aandacht. En terecht. Want hier zijn in 1941 plafondschilderingen uit de dertiende eeuw ontdekt en zichtbaar gemaakt. Er is een ‘Majestas Domini’ te zien: Christus (baardloos) op een troon omgeven door vier heiligen en de vier gevleugelde evangelistensymbolen: leeuw, stier, mens en adelaar.

Ook de grafzerken van renaissancemeester Benedictus Gerbrandtz en de voorname preekstoel zijn bijzonder.  Tegen de westelijke wand hangt het achttiende-eeuwse monumentale orgel.

+ Meer informatie

Extra Informatie:

De oorspronkelijk aan Sint-Martinus gewijde kerk staat aan de noordelijke rand van het dorp op een terp. Van de kerk is de oostelijke koorpartij met halfronde apsis waarschijnlijk het oudst. De oostelijke partij dateert uit de tweede helft van de 12de eeuw; het schip is van iets later en mogelijk is toen het koor ook al aanzienlijk in baksteen verhoogd. De toren moet aan het einde van de 13de eeuw zijn verrezen. De muren zijn als kistwerk behandeld: de buitenmuren zijn voornamelijk van tufsteen en de binnenmuren van baksteen, waartussen een vulling van keien, puin en mortel is gestort. Tijdens de restauratie van 1939 tot 1948 waren sporen van rondbogige vensters in de zuidelijke gevel aanleiding om deze te reconstrueren. Ze hebben diepe, schuine dagkanten. In deze zuidelijke gevel is in 1700 een barokke poort toegevoegd: korfbogig met lijstkapitelen en een sluitsteen met een cherubijn. De poort staat tussen korintische pilasters en onder een kroonlijst met opschrift en datering en heeft een klein segmentvormig timpaan met een palmboom in zandsteen. In de gevels van het koor en de apsis staan rondboogvensters waarbij de geprofileerde dagkanten verrijkt zijn met colonnetten met ringen van roze zandsteen. In de noordelijke koorgevel zitten bovendien laag een nis en een klein venster: mogelijk hagioscopen. In de noordelijke gevel staan drie hooggeplaatste gotische spitsboogvensters die vanzelfsprekend een bakstenen profilering in de dagkanten bezitten en een stenen gaffeltracering. Meer westelijk staat nog een romaans venster en eronder, om de voorkerk te verlichten, twee segmentvormig gedekte venstertjes. Ook is daar de dichtgemetselde noordelijke ingang te zien, onder een segmentboog en in een spitsboognis.

De toren is aan het einde van de 13de eeuw opgetrokken van gemêleerd rode en gele baksteen; in de oostelijke en noordelijke gevels is ook nog tufsteen verwerkt. De romp is onversierd; de galmgaten bovenin de toren vertellen een merkwaardig verhaal. Er staan namelijk twee reeksen van die gaten boven elkaar wat stellig aangeeft dat de toren eens is verhoogd. Ze zijn licht verschillend van vorm en formaat. Van de twee klokken in de toren is de ene in 1633 gegoten door Andreas Obertin.

- Minder informatie
Informatie
Openingstijden
Faciliteiten