Sint-Martinuskerk

  • Romaans
  • Eind 12de eeuw, westgevel en toren eerste helft 19de eeuw
  • Protestants
  • Preekstoel met dooptuin, herenbank, rouwkassen, orgel

Aan de negentiende-eeuwse voorzijde met geveltoren lijkt deze kerk niet zo oud. Maar het gebouw dateert al uit de twaalfde eeuw. Wel is het vaak veranderd en gerepareerd.

Oude gedeelten muurwerk van tufsteen zitten vooral aan de noord- en zuidkant en aan het koor. De noordmuur is ‘blind’, al zit er wel een spoor van een klein rondboogvenster. In de zuidmuur zijn in de achttiende eeuw grote rondboogvensters gemaakt. Meest opmerkelijk aan de buitenkant zijn de versieringen van het vijfzijdige koor. Je ziet er slanke colonetten van roze Bremer zandsteen met bases en ringkapitelen van tufsteen.

Binnen onder het tongewelf staat meubilair uit de achttiende eeuw. Tegenover de mooie preekstoel staat een herenbank met overhuiving op fraai ingekerfde zuilen. Niet te missen zijn ook de drie enorme rouwkassen in de koorsluiting. Ze dateren uit midden achttiende eeuw en hebben rijk snijwerk in barokke en Lodewijk XVI stijl. Ook het orgel uit 1896 is de moeite waard.

+ Meer informatie

Extra informatie:

De ver van het huidige dorpscentrum gelegen Martinuskerk wekt op het eerste gezicht niet de indruk oud te zijn. Dat komt vooral door het westelijke front uit de 19de eeuw. Het gebouw is al aan het einde van de 12de eeuw verrezen. Hoewel het vaak veranderd en gerepareerd is, toont het muurwerk aan noord- en zuidzijde en vooral dat van het koor nog fraaie sporen van de tufstenen romaanse kerk. In de blinde noordmuur zijn naast onversierde tufstenen muurgedeelten ook aanzienlijke fragmenten met rondbogige spaarvelden tussen lisenen te zien, bekroond door een rondboogfries. Er zit bovendien een spoor van een klein rondboogvenster. In de zuidmuur zitten tussen de grote, in de 18de eeuw ingebroken rondboogvensters eveneens tufstenen spaarvelden tussen lisenen. Bij het meest westelijke veld is een klein fragment van een drievoudige lijst met overhoekse vertandingen te vinden. De versiering van het inwendig rondgesloten en uitwendig vijfzijdige koor is het opmerkelijkst. Het bovenste register bestaat uit een spaarzone onder een rondboogfries waarin slanke colonnetten van roze Bremer zandsteen staan op bases en ringkapitelen van tufsteen heeft. In de eerste helft van de 16de eeuw zijn schip en koor verhoogd en is het houten tongewelf aangebracht. De westelijke partij met korfbogige ingangen aan beide zijden, de sluitmuur met spitsbogige vensterkoppen en een cirkelvormig venster en de houten, met leien beklede geveltoren met ingesnoerde spits dateren uit de eerste helft van de 19de eeuw.

Onder het inwendige tongewelf staat het meubilair dat uit het midden van de 18de eeuw dateert. De preekstoel met klankbord staat binnen een doophek met balusters. De kuip is op de hoeken met pilasters en op de panelen met rondbogen versierd. De tegenover de preekstoel staande herenbank heeft een overhuiving op gecanneleerde zuilen. De koorsluiting wordt gedomineerd door drie nauwelijks in de ruimte passende rouwkassen uit 1742, 1744 en 1762 met rijk snijwerk in barokke en Lodewijk XVI stijl. Het orgel op de westgalerij is in 1896 gebouwd door de firma Bakker & Timmenga.

- Minder informatie
Informatie
Openingstijden
Faciliteiten