Sint-Martinuskerk

  • Romaans
  • Eind 12de eeuw, toren 1808
  • Protestants
  • Preekstoel, dooptuin met doopboog, orgel

Deze kerk is ondanks veranderingen en reparaties een heel mooi voorbeeld van rijpe romaanse bouwkunst.

Het schip en koor, met hun opvallende rondbogige spaarvelden, zijn eind twaalfde eeuw van tufsteen gebouwd. Er is duidelijk te zien dat het geheel in de zestiende eeuw is verhoogd in rode baksteen. Toen is ook de kap vernieuwd. Het westwerk is in 1808 vervangen door een half ingebouwde kloeke toren.

Binnen springen direct de rode banken in het oog. Ze zorgen ervoor dat de sierlijke preekstoel uit 1715 mooi naar voren komt. De preekstoel staat binnen een doophek met mooie gietijzeren doopboog uit 1862. Iets jonger is het orgel dat in 1876 is door Willem Hardorff.

+ Meer informatie

Extra informatie:

De Martinuskerk op een hoge terp die ten zuiden en westen van de kerk scherp is afgegraven, is ondanks veranderingen en reparaties een excellent voorbeeld van rijpe romaanse bouwkunst. Het schip met een iets smaller koor en een opnieuw iets versmalde halfronde koorsluiting is aan het einde van de 12de eeuw van tufsteen gebouwd. Dat gebeurde met een gereduceerd westwerk, dat in 1808 is vervangen door een half ingebouwde kloeke toren. Het schip heeft een geleding met rondbogige spaarvelden tussen lisenen die met een fijn kraalprofiel zijn versierd. De lisenen op de overgang van schip naar koor zijn iets steviger. De spaarvelden in het koor zijn iets kleiner en hier zijn de rondbogen fraai behakt in de vorm van diamantkoppen. De kerk is bij vernieuwing van de kap in het tweede kwart van de 16de eeuw verhoogd in baksteen. De noordmuur heeft vrij hoge romaanse rondboogvensters; het koor een nog hoger exemplaar dat met baksteen is dichtgemetseld. In de zuidmuur en in het koor zijn in verschillende perioden nieuwe vensters in het muurwerk gebroken. In de schipmuur verstoren de spitsboogvensters het metrum van spaarnissen sterk. De rondboogvensters in het koor doorsnijden bijna de fraaie boognissen. De toren rijst ongeleed op en heeft een ingesnoerde spits en beneden aanbouwen.

Inwendig wordt de kerkruimte overdekt door een houten tongewelf met trekbalken, korbelen en muurstijlen uit het tweede kwart van de 16de eeuw. Aan de zuidelijke zijde van de koorsluiting is een piscina te zien die uitwendig niet zichtbaar is. Daarboven is een klein spoor van geschilderd rankwerk op de muur te zien. In de koorsluiting is het kerkzegel met opspringend paard in het venster verwerkt. De preekstoel met klankbord uit 1715 heeft op de kuiphoeken getordeerde en omrankte zuilen en hij staat binnen een doophek met balusters en een gietijzeren doopboog uit 1862. De banken tegenover de dooptuin hebben degelijke balusters. Het orgel op de westelijke galerij is in 1876 gebouwd door Willem Hardorff.

- Minder informatie
Informatie
Openingstijden
Faciliteiten