Sint-Martinuskerk

  • Gotisch
  • 15de eeuw, toren deels vroege 13de eeuw
  • Protestants
  • Gewelf- en muurschilderingen, preekstoel, herenbanken

De grote, aan Martinus gewijde kerk staat op een ruim, grotendeels geruimd kerkhof. De kerk had een vroege twaalfde-eeuwse voorganger, maar daarvan is alleen een deel van de later (dertiende eeuw) vergrootte toren bewaard gebleven. Deze is gedeeltelijk van tufsteen en in de vijftiende eeuw verhoogd. In 1661 trof de bliksem de hoge toren. Bij het herstel werd deze nog eens verhoogd en kreeg deze een hoge ingesnoerde spits. In de noordkant is een zijbeuk gebouwd met grote vensters. Grote gotische spitsboogvensters zijn ook in het koor te vinden.

 Het ruime interieur van de kerk is overwelfd met kruisribgewelven. In 1882 ontdekte men schilderingen op de gewelven en de noordwand, die later zijn geconserveerd. Fleurige schilderingen worden afgewisseld met betekenisvolle voorstellingen. De fraaie preekstoel uit 1692 en de banken en grafzerken die belangrijke families achterlieten in de kerk zijn de moeite waard..

+ Meer informatie

Extra informatie:

Kollum heeft een kleinstedelijk karakter wat te danken is aan de bloei in de 17de en 18de eeuw. Dat het daarvoor ook goed ging met de hoofdplaats van Kollumerland laat de grote, aan Martinus gewijde kerk zien. Van de op een ruim kerkhof gelegen tufstenen kerk uit de vroege 12de eeuw resteert na de vernieuwing vóór de helft van de 15de eeuw niets meer; wel zijn van de vroeg 13de-eeuwse toren nog aanzienlijke gedeelten in tufsteen overgebleven. Er zitten hier en daar venstersleuven in en beneden is het tufsteenwerk gerepareerd met rode baksteen. De toren is in de 15de eeuw in baksteen verhoogd waarbij aan noord- en westzijde gepaarde galmgaten in rondboognissen kwamen. Ze zijn dichtgemetseld en aan de zuidzijde kwam op die plaats de uurwerkplaat. Bij reparaties na blikseminslag in 1661 is de kloeke toren nog eens met kleine baksteen verhoogd, van nieuwe geprofileerde, spitsbogige galmgaten voorzien en naar ontwerp van Bonne Alberts kreeg de toren een zeer hoge, ingesnoerde spits. In de toren hangen klokken van Johan Schonenborch (1526) en Hans Falck (1618).

Vanaf het tweede kwart van de 15de eeuw werd de kerk vernieuwd. Het begon met de bouw van een vijfzijdig gesloten koor en werd meteen gevolgd door de bouw van het schip in een eenduidige architectonische uitdrukking, waardoor de overgang van schip en koor niet zichtbaar is. In totaal zijn schip en koor zeven traveeën met de meerzijdige sluiting diep. Aan de noordzijde is gelijktijdig een vijf traveeën diepe zijbeuk gebouwd. In de koorsluiting staan hoge gotische spitsboogvensters met vorktracering tussen hoge tweemaal versneden steunberen. In het schip heeft nog één venster dezelfde vorm, maar de andere vensters zijn in 1840 vergroot en verbreed. Ook hier staan ze in alle traveeën die door tweemaal versneden steunberen zijn te tellen. In de noordbeuk staan eveneens grote vensters die uiteraard minder hoog zijn. De steunberen zijn hier waarschijnlijk in 1608 tegen de gevel geplaatst, mogelijk omdat toen het gewelf in de zijbeuk is vervangen door een vlakke houten zoldering. Ten oosten van de zijbeuk is in 1853 een consistoriekamer tegen de kerk gezet.

Het ruime schip heeft inwendig een zeven traveeën tellende overwelving met kruisribben. De koorsluiting bezit een straalgewelf. De zijbeuk is naar het schip geopend met lage spitsbogige scheibogen die op stevige, ronde, gemetselde kolommen met smalle lijstkapitelen rusten. In de muren van het koor staat onder de vensters een reeks van vrij diepe korfbogige nissen.

In 1882 waren al schilderingen op de gewelven en de noordwand ontdekt. Tijdens de restauratie van 1962-’69 waarbij nogal wat onderdelen van de kerk werden vernieuwd, zijn deze 15de-eeuwse schilderingen blootgelegd en geconserveerd. Er zijn veel florale versieringen en rozetten in vrolijke kleuren te zien maar ook betekenisvolle voorstellingen. Zo zien we in de zesde travee in de sluitsteen het gelaat van Christus en daaromheen de eenhoorn, een springend hert, een pot met planten waarop een uiltje en in de zevende travee de symbolen van de evangelisten. Op andere gewelfschelpen zien we fragmenten van Maria in stralenkrans, Sint- Maarten te paard, maar ook de vraatzucht. In een der nissen van de noordwand is een grote voorstelling van Sint-Christoffel met Kind te zien.

De in 1692 gedateerde preekstoel met klankbord staat in een dooptuin met balusters en bezit een kuip met getordeerde hoekzuilen en sierlijk snijwerk in de panelen. In het schip staan tegenwoordig losse stoelen, maar de belangrijke families hebben hier ook hun meubilair achtergelaten. Dat zijn de banken van Jeltinga en van Aysma uit 1617, die van Rosema en De Schepper uit 1680, de overhuifde bank van Fogelsangh uit het einde van de 17de eeuw en die van Rinse uit 1692, banken voor de families De Wendt (1768; van de machtige Eyso de Wendt hangt hier ook een grote rouwkas uit 1780), Van Heemstra, Wibrandi en Feitsma en een rectorenbank van de Latijnse school. Deze en andere families lieten hun sporen ook na met gebeeldhouwde zerken in de kerkvloer, onder welke een exemplaar gehouwen door Pieter Claesz. (1615). Het orgel is in 1841 gebouwd door Willem van Gruisen.

- Minder informatie
Informatie
Openingstijden
Faciliteiten