Sint-Martinuskerk

  • Laatgotisch
  • 15de eeuw, toren 1505
  • Protestants
  • Grafzerken, sacramentsnis, preekstoel, orgel

Een kerk met een uitnodigende, decoratieve gevel van gele en rode lagen baksteen. Het gebouw heeft veel te vertellen. Zo kende het een dertiende-eeuwse voorganger waarvan gedeelten zijn hergebruikt in de noordmuur. De flinke toren uit 1505 kreeg in 1818 een zadeldak in plaats van de spits. Het verschil tussen nieuw(er) en oud is goed te zien.

In 1947 kreeg de kerk een dramatische brand te verwerken. Het interieur en dak gingen volledig verloren, alleen de muren bleven staan. In 1955 was het nieuwe interieur voltooid. Het nieuwe tongewelf heeft gewelfschotels met afbeeldingen van de vier evangelistensymbolen. De preekstoel is overgekomen uit de vermaning van Blije en een deel van de grafzerken uit de gesloopte Galileërkerk in Leeuwarden. De tekstborden uit 1781 komen ook van elders.

+ Meer informatie

Extra informatie:

De grote Martinuskerk is in laatgotische stijl gebouwd. De oude 13de-eeuwse kerk is in de 15de eeuw verlengd en verbreed, grotendeels opnieuw opgetrokken en van het vijfzijdig gesloten koor voorzien. Gedeelten van de noordmuur zijn hergebruikt en door een ommetseling aan het oog onttrokken. Het metselwerk is buitengewoon decoratief uitgevoerd door afwisselende lagen rode en gele steen. Ook de verfijningen van profielen bij ingangen en dagkanten van vensters hebben deze kleurrijke afwerking. Schip en koor hebben eenmaal versneden beren waarover de waterlijst doorloopt. In schip en koor staan aan beide zijden grote spitsboogvensters met natuurstenen traceringen in dubbele vorkvorm. In de derde travee van de noordmuur staat een fraaie ingang in een rechthoekige omkadering met getordeerde rondstaven. Daarbinnen zit een geprofileerde spitsboognis met kepervormig siermetselwerk en een spoor van een beeldnis. Bij de overgang van schip en koor zijn in deze muur sporen van een aankapping en een dichtgemetseld groot lancetvenster te zien: herinneringen aan de in 1669 gesloopte sacristie. De zuidmuur heeft geen ingang; de westelijke twee traveeën hebben in het basement wel twee brede, rechthoekige vensters. De kloeke, ongelede toren is getuige een stichtingssteen van roze Bremer zandsteen in 1505 gebouwd. De spits werd in 1818 vervangen door een sterk verjongde opbouw met zadeldak.

De kerk brandde in 1947 geheel uit; het muurwerk bleef staan, maar de kap en vrijwel het volledige interieur gingen verloren. De herbouw vond van 1951 tot 1955 plaats. De grote kerkruimte heeft een nieuw houten tongewelf waarvoor A. Bergman de gewelfschotels vervaardigde met afbeeldingen van de evangelistensymbolen, een profeet, de bijbel, het Lam Gods, een wapenuitrusting en een pelikaan. De vrij kleine preekstoel is afkomstig uit de doopsgezinde vermaning van Blije. De nieuwe doopvont van de hand van beeldhouwer Meefout is voorzien van de evangelistensymbolen. De tekstborden zijn in 1781 vervaardigd door Jan Willem Smits. In de vloer ligt een grote collectie grafzerken waaronder belangrijke uit de renaissancetijd. Een deel daarvan is afkomstig uit de gesloopte Galileërkerk in Leeuwarden.

- Minder informatie
Informatie
Openingstijden
Faciliteiten