Sint-Pauluskerk

  • Midden 12de eeuw, toren begin 13de eeuw
  • Protestants
  • Preekstoel, herenbanken, doopbekken, rouwborden, grafzerken

Deze zaalkerk is gebouwd op een zandrug. Zowel kerk als toren zijn diverse keren verbouwd, wat zorgt voor boeiende contrasten. De muren van de kerk zijn als een mozaïek van bak- en tufsteen.

Links naast de huidige ingang aan de noordzijde vind je een oude ingang die met rode baksteen is dichtgemetseld. Ook aan de zuidzijde vind je een oude ingang. Kijk je naar boven dan zie je spaarnissen van tuf bekroond door rondboogfriezen. Net onder de dakrand zie je een laag rode baksteen: een verhoging van het schip in zestiende eeuw.

Ook de toren is met tufsteen bekleed, al schemert de baksteenbasis er hier en daar doorheen. Nog meer mozaïek laat de oostelijke romano-gotische geveltop zien. Deze kent fraaie klimmende rondboognissen met kepervormig metselmozaïek.

De inventaris van de kerk is fraai en gaaf met onder meer:

  • Een preekstoel uit 1630 met rijkgesneden kuip.
  • Een indrukwekkend Tien Gebodenbord (1637) geïntegreerd in een renaissance herenbank, bekroond door een schildering van Mozes met zijn wetstafelen.
  • Eén van de mooiste herenbanken van Friesland: de Sminiabank met door engeltjes vastgehouden familiewapen.
  • Grote bewerkte zerken van adellijke families Sminia en Heemstra.
  • Kerkbanken met fraai bewerkte wangen en een orgel uit 1883

 

+ Meer informatie

Extra Informatie:

De aan de apostel Paulus gewijde kerk is in het midden van de 12de eeuw gebouwd op een zandrug. De zaalkerk met driezijdig gesloten koor is opgetrokken van baksteen dat bekleed is met tufsteen. Ook de westtoren, aan het begin van de 13de eeuw verrezen, heeft een kern van baksteen met een tufstenen bekleding. Zowel kerk als toren zijn verschillende malen verbouwd, waardoor ze boeiende en soms contrasterende historische patronen vormen.

In de noordmuur staat een jonge ingangspartij tussen pilasters en onder een fronton met daarboven een rondboogvenster. Even oostelijker bevindt zich de oude rondbogige ingang van tufsteen die met rode baksteen is dichtgemetseld. In de bovenzone zitten spaarnissen van tuf bekroond door rondboogfriezen. In een van de vakken is een oorspronkelijk, maar wel dichtgemetseld romaans rondboogvenster te zien. Oostelijker staat een groot 18de-eeuws venster dat een wijde spitsboog in het muurwerk doorbreekt, een spoor van een aanbouw van een dwarsarm, een kapel of een sacristie. Ook de zuidelijke muur laat tufstenen spaarnissen met rondboogfriezen zien die ook hier weer doorbroken zijn door jonge, grote rondboogvensters. De oude zuidelijke ingang met een fraaie boog met vertandingen van overhoeks gemetselde tufsteen is dichtgemetseld en meteen ernaast is een andere, kleine ingang gemaakt onder een wat scheef uitgevallen korfboog. Het middelste grote venster doorbreekt een spoor van een aanbouw, vergelijkbaar met dat aan de noordzijde. De koorsluiting heeft alleen een venster aan de zuidzijde en het muurwerk kreeg in de 19de eeuw een pleisterlaag. Het schip is in de tweede helft van de 16de eeuw verhoogd in baksteen en er kwam toen ook een nieuwe kapconstructie.

De toren is eveneens in tufsteen bekleed, al schemert de baksteenbasis er hier en daar doorheen. Iets beneden de hoogte van de naald van het kerkdak is het torenmuurwerk aan alle zijden van grote rechthoekige spaarnissen voorzien die aan noord- en oostzijde door een rondboogfries worden bekroond. De oostelijke romano-gotische geveltop vertoont fraaie klimmende rondboognissen met kepervormig metselmozaïek.

Onder het tongewelf met trekbalken is in het interieur een fraai en gaaf bewaarde inventaris te bewonderen. Binnen een eenvoudige dooptuin is het middelpunt de preekstoel uit 1630 met een rijk gesneden maniëristische kuip met een in verhouding eenvoudig klankbord. Op de hoeken van de kuip staan kariatiden en in de schelpnissen vazen met uitbundige bloementuilen. Het doopbekken dateert uit ongeveer dezelfde tijd. Tegen de sluitwand van het koor is het Tien Gebodenbord (1637) geïntegreerd tot een renaissance herenbank. Op een rijk bewerkte basis met de wapens van de schenkers ‘S.M. v. Aylua’ en ‘L.M. Eisenga’ staan tussen fijn uitgewerkte zuilen in twee panelen de teksten van de Tien Geboden en een schildering van Mozes met zijn wetstafelen bekroont het geheel. Omstreeks dezelfde tijd zal de westelijke van de twee herenbanken tegen de noordwand tot stand zijn gekomen. Deze heeft een voorbank met balusterhekje en een hoofdbank die een getoogde overhuiving met gecanneleerde zuilen kreeg. Daarop staat een kuifstuk met zuiltjes en rolwerk. De hiernaast staande Sminiabank is omstreeks 1700 vervaardigd door mogelijk Pieter Nauta in opdracht van Hobbe Baerdt van Sminia. Deze herenbank, een van de fraaiste in Friesland, heeft eveneens een overhuiving en deze rust op korintische, omrankte zuilen. Bovenop wordt op het opengewerkte kuifstuk het familiewapen door twee engeltjes vastgehouden. Ook in de rugschotten zijn engeltjes gesneden tussen allerlei rankwerk, vruchten, planten en bloemen. De panelen van de voorbank zijn ook uitbundig met florale voorstellingen, maar dan met vogels versierd en zelfs het stijl- en regelwerk is niet met rust gelaten en voorzien van allerlei festoenen. Met de kerkbanken bleef men niet achter: zij kregen bewerkte wangen. In de koorsluiting hangen twee rouwborden uit 1734 en 1782 en in de kerkvloer liggen verschillende grote, bewerkte zerken voor de families Heemstra en Sminia, adellijke families die in staten in de naaste omgeving woonden.

Het orgel op de westelijke tribune is in 1882-’83 gebouwd door de firma Bakker en Timmenga uit Leeuwarden.

- Minder informatie
Informatie
Openingstijden
Faciliteiten