Sint-Radboudkerk

  • Romaans
  • Vroege 12de eeuw, toren eind 12de eeuw
  • Protestants
  • Preekstoel, herenbank, grafzerken

Een echte Romaanse kerk met een prachtige toren. Die toren is het symbool van Jorwert geworden nadat hij in 1951 plotseling instortte.

“Op zaterdagochtend 25 augustus 1951, om zeven minuten over vijf, stortte de toren van Jorwerd met donderend geraas ineen. Zomaar, uit zichzelf, na negenhonderd jaar sneeuw, zon, regen en wind, gewoon uit pure torenmoeheid. Dat was een voorteken, of een keerpunt, of gewoon slecht onderhoud – het is maar hoe je het wilt zien.”

– Geert Mak in het boek ‘Hoe God verdween uit Jorwerd’

Er is toen iets misgegaan tijdens een restauratie. In de jaren daarop is de toren herbouwd. Om dat te vieren en te financieren werd een openluchtspel gehouden. ‘Iepenloftspul Jorwert’ is inmiddels een begrip en wordt nog elk jaar gehouden. De klokken in de toren zijn van 1394 en 1749. De gevels zijn grotendeels van tufsteen opgetrokken. Daarin staan in het westelijke gedeelte en in het koor kleine romaanse vensters. De grote (gotische) spitsboogvensters moeten later zijn ingebroken.

Onder het zestiende-eeuwse houten tongewelf staat fraai meubilair. Een preekstoel uit het midden van de zeventiende eeuw, een drievoudige overhuifde herenbank en in de vloer liggen vele gebeeldhouwde zerken in de vloer, waaronder een van Pieter Dircks uit 1556 voor de pastoor Hottio Fons.

+ Meer informatie

Extra informatie:

De aan Sint-Radboud gewijde kerk staat op de terprest, een hoog door bomen en struiken omzoomd kerkhof. De grotendeels van tufsteen gebouwde kerk met toren bestaat uit het schip dat dateert uit de vroege 12de eeuw met een lang, rondgesloten koor en een toren die aan het einde van deze 12de eeuw tot stand kwam. Het algemene beeld is vrij zuiver romaans. Het muurwerk van schip en koor worden bekroond door een bloklijst. Het schip heeft aan beide zijden hooggeplaatste, kleine rondboogvensters, maar meer naar het oosten zijn grote gotische spitsboogvensters ingebroken, aan de noordzijde twee, aan de zuidzijde drie. Aan beide zijden zijn dichtgezette diepe nissen van vroegere ingangen te zien. In de 17de eeuw zijn veel westelijker twee nieuwe ingangen gemaakt: poorten, geflankeerd door pilasters met natuurstenen neggen en bekroond door driehoekige frontons. Aan de zuidzijde staan nabij de koorsluiting laag nog twee rondboogvensters, waarvan één is dichtgezet, kennelijk hagioscopen. In de halfronde koorsluiting staan drie vrij grote rondboogvensters. De toren is het symbool voor Jorwert geworden, vooral omdat hij na de instorting (1951) en de daaropvolgende herbouw aanleiding was tot het houden van een jaarlijks openluchtspel. De toren is aan het einde van de 12de eeuw verrezen in tufsteen met grote spaarvelden en keperfriezen in verschillende variaties. Aan het begin van de 13de eeuw is er een vierde, bakstenen geleding toegevoegd. Die heeft steeds twee galmgaten met gepaarde openingen voorzien van een zuil van roze Bremer zandsteen. De geveltoppen van het zadeldak zijn van klimmende nissen voorzien, de grote is versierd met vlechtmozaïek.

Onder het 16de-eeuwse houten tongewelf staat fraai meubilair. Een preekstoel met klankbord uit het midden van de 17de eeuw, een drievoudige overhuifde herenbank en een kleiner exemplaar met een rondboogbalustrade uit dezelfde tijd, beide voorzien van blakers. In de vloer ligt een keur aan fraaie gebeeldhouwde zerken, waaronder exemplaren van de meesters Benedictus Gerbrandtsz. en Pieter Dircks. Het orgel is in het laatste jaar van de 18de eeuw gebouwd door Albertus van Gruisen. De kerk is eigendom van de Stichting Alde Fryske Tsjerken.

- Minder informatie

Activiteiten

Informatie
Openingstijden
Faciliteiten
110 zitplaatsen