Sint-Remigiuskerk

  • Laatgotisch
  • Ca. 1500, toren eind 15de eeuw
  • Protestants
  • Preekstoel, doophek, meubilair, Tiengebodenbord

Wat direct opvalt aan deze kerk is de verhouding tussen toren en kerkgebouw. Ze zijn even breed, en dat zie je zelden. De kerk is gebouwd van gele kloostermoppen, maar dat is alleen nog aan de noordkant te zien; het koor en de zuidmuur zijn in de negentiende eeuw beklampt.

Aan de buitenkant vind je, los van de prachtige vensters en nissen, een aantal opmerkelijke details. Zoals de gedenksteen van de torenvernieuwing in 1742 met het familiewapen van Edzard van Sminia en een fraai gedetailleerd ketelhuis uit 1910.

Binnen is er ook genoeg te zien. Zoals de preekstoel, avondmaaltafel en banken uit de 17de eeuw met sierlijk gesneden wangen. De overhuifde herenbanken zijn achttiende-eeuws en het orgel van Bakker & Timmenga dateert uit 1911.

+ Meer informatie

Extra informatie:

De forse toren van de Remigiuskerk bepaalt van ver het silhouet van Spannum. De toren is even breed als het kerklichaam en dat komt weinig voor. De kerk is omstreeks 1500 gebouwd van gemêleerd gele moppen. Dat is alleen aan de noordzijde te zien want het koor en de zuidmuur zijn in de tweede helft van de 19de eeuw beklampt. Na een versneden steunbeer staat aan de westelijke zijde van de noordmuur een grote spitsboognis, een al vroeg met moppen dichtgezet venster waarin beneden weer kleine vensters zijn ingebroken. In het midden van deze muur zit het rondbogige spoor van een dichtgemetselde ingang. Verder zijn er twee flinke spitsboogvensters en de oostzijde wordt geschoord door twee forse, wigvormige beren. Achter de oostelijke beer staat een miniatuurhuisje tegen de kerk, versierd met ajourranden en sierlijke makelaars. Het is het in 1910 gebouwde ketelhuis voor centrale verwarming. Het beklampte koor en zuidmuur bezitten penanten en grote spitsboogvensters met vormrijke traceringen van ijzer. In de westelijke travee staat de ingang.

De uit het einde van de 15de eeuw daterende zadeldaktoren heeft drie door zandstenen cordonlijsten gescheiden, maar niet verjongende geledingen. De onderste is onversierd, maar draagt in de zuidmuur een fraaie gedenksteen van de torenvernieuwing in 1742. De westelijke muur heeft een ingang in een hoge, diepe nis met een gedenksteen van de restauratie in 1930. De tweede geleding heeft een fraaie plastiek gekregen door gepaarde spitsboognissen met een fijne indeling en in de bovenste geleding is dit herhaald in gevarieerde nisvormen met galmgaten: spits- en korfbogig. Het inwendige wordt door een uit 1959 daterend houten tongewelf gedekt. De preekstoel met kuip voorzien van gekorniste panelen en gegroefde hoekzuilen en met klankbord dateert net als het doophek, de avondmaaltafel en de banken uit de 17de eeuw. De kerkbanken hebben fraai gesneden wangen met florale sier maar ook een hoorn des overvloeds, een uil en een arend. De twee overhuifde herenbanken zijn 18de-eeuws. Het orgel is in 1911 gebouwd door Bakker & Timmenga.

- Minder informatie
Informatie
Openingstijden
Faciliteiten