Sint-Vituskerk

  • Ca. 1500, toren tweede helft 15de eeuw
  • Protestants
  • Gewelf, grafzerken, preekstoel, orgel

Deze forse, mooi gelegen kerk is al rond 1100 gebouwd. Ze ligt in een drievoudige boomzoom en is zowel van binnen als buiten de moeite waard.

De tufstenen noordmuur bezit rondbogige nissen met sporen van kleine rondboogvensters. Daaronder zijn sporen van oude ingangen zichtbaar. Verder naar het oosten kun je in een grote rondboog het spoor van een kapel herkennen. De kapellen (de zuidmuur had er ook één) zijn kort na de hervorming afgebroken. Het koor en de flinke zadeldaktoren zijn trouwens een stuk jonger dan het schip, respectievelijk dertiende- en vijftiende-eeuws.

Het interieur heeft een bijzonder zestiende-eeuws tongewelf. Met een verhoogde middenzone heeft het een unieke vorm. Eenvoudiger uitgevoerd zijn de preekstoel en herenbanken daar tegenover. In de koorsluiting staat een rijkere herenbank. Je vindt daar ook een grote portretzerk. Bekijk ook het Van Dam-orgel (1830) dat prachtig uitkomt onder het verhoogde gewelf.

+ Meer informatie

Extra informatie:

De forse tufstenen Sint-Vituskerk, fraai gelegen in een drievoudige boomzoom, is aan het eind van de 11de of begin van de 12de eeuw gebouwd. De noordmuur bezit vrij hoog een regelmatige reeks rondbogige spaarnissen. In elke nis zijn de boog en de moet van een klein rondboogvenster zichtbaar. Hier zitten in de onderste zone verschillende sporen van ingangen: in het midden van een rondbogige poort en ten westen daarvan twee van spitsbogige aard. Verder naar het oosten zit een dichtgezette grote rondboog: een spoor van een kapel. De zuidmuur met drie flinke spitsboogvensters is sterker verstoord. Toch zijn ook hier in het tufsteenwerk fragmenten van rondboognissen te zien. De ingang zit aan de westzijde in een spitsboognis en oostelijker staat een dichtgezette, korfbogige ingang binnen een rijk geprofileerd rechthoekig kader. In de travee bij het koor zijn sporen van een kapel te zien. De kapellen aan noord- en zuidzijde zijn kort na de hervorming, in 1584, afgebroken. Het koor is smaller dan het schip. Het is in de 13de eeuw van baksteen opgetrokken; aan de noordzijde zit nog tufsteenwerk. De kloeke zadeldaktoren van vier geledingen is 15de-eeuws, heeft een fraaie gotische westingang en in de tweede en derde geleding spitsboognissen in gevarieerde vormen. In de vierde geleding zitten de galmgaten in nissen en ook de geveltoppen zijn met nissen versierd.

De kerkruimte wordt gedekt door een bijzonder 16de-eeuws houten tongewelf. Het heeft een verhoogde middenzone en dus een doorsnede van een driepas, een unieke vorm. De eenvoudige 18de-eeuwse preekstoel met klankbord is tegen de zuidwand geplaatst en er tegenover staan twee eenvoudige herenbanken. In de koorsluiting is een rijker exemplaar te vinden. Daarachter staat een grote portretzerk tegen de wand voor het echtpaar Philips van Boshuysen en Anna van Eysinga. De natuurstenen doopvont is afkomstig uit de gesloopte neogotische kerk van Wytgaard. Het orgel op de westgalerij is in 1829-’30 gebouwd door L.J. en J. van Dam, waarbij gebruik is gemaakt van ouder pijpwerk van Bader en een kas uit 1777.

- Minder informatie
Informatie
Openingstijden
Faciliteiten