Sint-Johannes de Doperkerk

  • Vroeggotisch
  • 13de eeuw
  • Protestants
  • Preekstoel, orgel

De grote kerktoren is een baken voor de wijde omgeving. De toren heeft een luidklok uit 1402 en is van rode kloostermoppen opgetrokken, de kerk van gele moppen gebouwd. In de toren en aan de noord- maar vooral zuidmuur van de kerk zijn reparaties in kleine bakstenen te zien. Aan beide zijden tref je ook rondboogvensters.

Naast de ingang hangt een houten zonnewijzer die tot 2003 bewaard werd op de zolder van de kerk. Binnen vind je onder het houten tongewelf recente banken en stoelen en een fraaie, niet hele oude preekstoel. Het orgel dateert uit 1907.

+ Meer informatie

Extra informatie:

Kerk en toren, in de middeleeuwen gewijd aan Johannes de Doper zijn als vroeg-gotisch ensemble in de 13de eeuw op een terpachtig kerkhof totstandgekomen. Bij de ingang van het kerkhof staat een gietijzeren hek met de vermaning ‘Gedenk te sterven’, geflankeerd door penanten met doodssymboliek: een schedel met knekels, een gevleugelde zandloper, gekruiste seizen, de slang die zichzelf in de staart bijt en gekruiste neerwaarts gerichte fakkels. De kloeke toren is een baken voor de wijde omgeving. De kerk is van gele kloostermoppen gebouwd, de toren van rode. De noordmuur van het schip met vier rondboogvensters laat dit bouwmateriaal nog in grote mate zien, al zitten boven in de muur wel reparaties met kleine gele steen. De zuidelijke muur is sterker gerepareerd; de muurdammen tussen de vier rondboogvensters zijn nog velden moppen blijven zitten, maar verder is vrij veel kleine gele steen te zien. Aan de westzijde staat de ingang, een dubbele deur in een rechthoekig kozijn, waarboven een klein rondboogvenster zit. Naast de deur is een zonnewijzer aangebracht. Het vijfzijdig gesloten koor heeft flinke rondboogvensters en op de hoeken staan eenmaal versneden steunberen. De zware zadeldaktoren heeft geen westingang, maar aan die zijde is een spitsboogvenster achter de dagkanten met contrastrijke gele steentjes tot een nis dichtgemetseld. Ongeveer in het midden is wel weer een klein spitsboogvenster aangebracht en hoger staat nog zo’n venster zelfstandig in deze gevel. De toren bezit nog een paar openingen en op de zuidwestelijke hoek zijn tussen de rode baksteen op zeker vier plaatsen nauwelijks opvallende platen roze Bremer zandsteen verwerkt. West en oost hebben twee en noord en zuid drie rondbogige galmgaten. Er hangt een luidklok die in 1402 door Hermanus is gegoten.

Het inwendige van de zaalkerk wordt gedekt door een houten tongewelf met trekstangen. De niet zeer oude preekstoel met klankbord heeft gewelfde hoekpilasters op de kuip die door een kandelabervormige voet wordt gedragen. Het orgel op de westgalerij is in 1907 gebouwd door Mart Vermeulen uit Woerden.

- Minder informatie
Informatie
Openingstijden
Faciliteiten