Sint-Johannes de Doperkerk

  • 12de eeuw, toren 1549
  • Protestants
  • Preekstoel, orgel

De Johanneskerk van Tzum heeft de grootste dorpskerktoren van Friesland. Met een romp van 31 meter en een spits van maar liefst 41 meter is hij indrukwekkend hoog. De toren is onder leiding van ‘torenbouwer’ Cornelis Claesz opgeleverd in 1549. Daarmee is hij een stuk jonger dan het kerkgebouw, al heeft dit in 1881 een flinke vernieuwing ondergaan. Een deel van de koormuren en de noordmuur vertonen nog oud werk. In de noordmuur zijn zelfs flinke gedeelten van het oude tufsteen te zien.

Ook het ruime interieur is in 1881 flink verbouwd. De barokke preekstoel uit 1699 bleef, deze heeft mooi gesneden kuippanelen. Een ander hoogtepunt is het orgel van A. A. Hinsz uit het einde van de achttiende eeuw.

+ Meer informatie

Extra informatie:

De Sint-Janskerk is in de 12de eeuw op een hoge terp gebouwd. De noordelijke muur laat nog gedeelten van romaans tufsteen zien. Er zit een fragment van een rondboogfries op kraagsteentjes en er zijn sporen van kleine rondboogvensters. Aan de westzijde is bovendien een vaag spoor van een dichtgemetselde ingang te zien en oostelijker een rechthoekig ingangsspoor. In de 14de eeuw is het schip in gemêleerd rode baksteen verlengd en is het koor met een vijfzijdige sluiting van gemêleerd gele steen gebouwd. De kerk is in 1881 flink aangepakt. De noordmuur is redelijk met rust gelaten maar wel verhoogd met een blokfries en een tandlijst. Het koor is voorzien van eenmaal versneden steunberen. In 1881 is het zuidelijke muurwerk beklampt en deze kreeg ook een fries en een lijst. Het lange schip met koor is in traveeën geleed door uitgemetselde lisenen. De spitsboogvensters hebben geprofileerde, gepleisterde dagkanten en wenkbrauwen van pleister.

De forse toren van drie geledingen, de hoogste toren van een dorpskerk in Friesland, is in laatgotische vormen in 1548-’49 onder leiding van ‘torenbouwer’ Cornelis Claesz. verrezen. Hij heeft aan de westzijde een zandstenen, meervoudig geprofileerde nis met de ingang en een groot spitsboogvenster met vorktracering. Er is een frappante overeenkomst met die van Dronryp van een paar jaar eerder. De tweede geleding is aan elke zijde versierd met drie ranke spitsboognissen met traceringen en de derde met twee korfboognissen waarin de galmgaten staan. Op de 31 meter hoge romp is een omgang gezet, waarbij op de hoeken gebeeldhouwde waterspuwers zitten. Daarna rijst de achtzijdige spits nog 41 meter op.

Het ruime interieur is in 1881 sterk verbouwd. Het wordt gedekt door een houten gewelf met trekstangen. De barokke preekstoel, in 1699 door Agge Monsma gesneden, heeft kuippanelen met loofwerk met bloemen en festoenen op de penanten. Het doophek met gietijzeren balusters is van 1881. Het orgel heeft een kas uit 1760 door Gerard Stevens met een instrument van A.A. Hinsz uit 1764. De twee bazuinstekende engelen op de koof zijn van de hand van Johann Georg Hempel.

- Minder informatie
Informatie
Openingstijden
Faciliteiten